Terug naar hoofdinhoud

Van de redactie

Kakzak



Van de redactie
Iedereen klaagt steen en been dat kinderen van tegenwoordig niet meer lezen. Door tablets, telefoons en andere schermen delven boeken het onderspit. Gelukkig is er een positieve uitzondering: mijn inmiddels 6-jarige kleinzoon.

Elke keer als ik langskom, zit hij diep weggedoken in een boek. Opa krijgt hooguit een kort knikje. Zelfs als zijn moeder voor de vijfde keer roept dat jas en schoenen aan moeten omdat school echt begint, lukt het hem nauwelijks om zich los te rukken van het verhaal. Lezen is heilig.

Als hij eindelijk dolenthousiast naar school is vertrokken, vertelt zijn moeder waar hij ook in opgaat: Ter Zijde. Precies twintig jaar geleden bracht mijn toenmalige werkgever deze bundel uit met de eerste zestig columns die ik vanaf 2000 voor De Bode schreef. Mijn jongens waren toen 3 en 6 jaar en kwamen dagelijks thuis met de meest kolderieke verhalen. “Dit moet ik opschrijven”, dacht ik. En zo werd Ter Zijde geboren.

Twintig jaar later blijkt mijn oudste kleinzoon het boekje te hebben gevonden. Hij leest vooral graag over de streken van zijn vader en ligt regelmatig dubbel van het lachen. Zijn absolute favoriet is het verhaal Kakzak, over de schuttingtaal waarmee de toen 3-jarige dagelijks thuiskwam. Naast de bekende mannelijke en vrouwelijke lichaamsdelen verzon hij ook zijn eigen scheldwoorden. “Je bent een kakzak!”, riep hij boos naar mij. Ik had geen idee wat hij bedoelde. “Wat is dat dan, een kakzak?”, vroeg ik. Hij keek me verbaasd aan. “Nou gewoon… een zak om kak in te doen. Dat weet je toch wel?” Daarna barstte hij in een aanstekelijke lach uit.

Het gevolg van de hernieuwde populariteit van dit verhaal laat zich raden: mijn kleinzoon noemt nu ook iedereen een kakzak. De appel valt blijkbaar niet ver van de boom. En sommige columns zijn, zo blijkt, gewoon erfelijk.

Advertenties