Van de redactie
Een week 18

Mijn oudste zoon is vorige week 18 geworden. Dat betekent dat hij inmiddels al ruim een week volwassen is. U begrijpt: wij verwachtten grote veranderingen. Inzicht, rust, zelfreflectie. Een opgeruimde kamer misschien.
Helaas…. niets van dat alles.
Hij is nog steeds structureel te laat. En dat terwijl hij beschikt over een compleet arsenaal aan horloges waar een juwelier jaloers op zou zijn. Analoog, digitaal, smart, sportief; hij heeft ze allemaal. Alleen lijken ze collectief een andere tijdzone aan te geven dan de horloges van de rest van het gezin.
Ook is hij onafscheidelijk van zijn mobiel. Vastgekleefd. Vergroeid. Eén met het apparaat. Behalve op het moment dat ík hem een berichtje stuur of hem bel. Dan verdwijnt het signaal ergens in een mysterieuze digitale Bermudadriehoek. Heel bijzonder.
En hij mag nu stemmen. Dat vind ik heel spannend. Iemand die afspraken vooral ziet als een suggestie en dan ook nog uitsluitend voor anderen, mag meebeslissen over de toekomst van het land. Ik ben benieuwd of stembureaus ook werken met “ik kom zo” of “ja, maar ik was nog even bezig”.
Na een week volwassen zijn had ik gehoopt dat sommige dingen zouden slijten. Het kwijt zijn van spullen bijvoorbeeld. Sleutels, pasjes, jassen; alles heeft bij hem een eigen, tijdelijk leven. Hij loopt nog steeds in zijn sokken door het huis op zoek naar zijn sokken. Zijn kamer opruimen staat ook nog steeds op de planning. Die planning ligt vermoedelijk ergens naast een verdwenen oplader.
Er is duidelijk een begripsverschil tussen kind en ouder. Waar hij denkt: dat komt wel, denk ik: dat komt helemaal niet. Maar goed, dat schijnt bij volwassen worden te horen. Of bij ouder worden. Ik haal die twee steeds vaker door elkaar.
En toch, ondanks alles, zijn we trots. Oprecht trots. Want achter die chaotische, altijd-te-late, mobiel-absorberende achttienjarige zit een geweldige jongen.
Volwassen? Officieel wel.
Maar geef hem nog even. Het is pas een week.


