De vrijdagmiddagbingo: hard werken, veel lachen en de ‘achetachetug’

Ruim voor de start loopt de feesttent al aardig vol. En vol betekent hier ook echt vol. Je moet op tijd zijn, want anders kun je zomaar naast een stoel grijpen. Om 13.30 uur begint de bingo en zitten de deelnemers klaar. Pennen in de aanslag, reservepennen binnen handbereik en natuurlijk wat lekkere dingetjes op tafel. Lekker kneuterig misschien, maar vooral ontzettend gezellig.
Op het podium zorgen twee dames ervoor dat alles in goede banen wordt geleid. Eén dame roept de nummers om, de andere twee houden scherp in de gaten of alles klopt. En vanaf het eerste nummer ligt het tempo meteen hoog. Even gezellig bijkletsen? Vergeet het maar. Dit is serieus werk. Kaart erbij, luisteren, aankruisen en vooral zorgen dat je geen nummer mist.
Dan klinkt de eerste “BINGO!” door de tent. Alleen is het niet meteen duidelijk waar die vandaan komt. Er zwaaien namelijk ook vele briefjes in de lucht om drinken te bestellen. De oplossing vanuit het podium is duidelijk: wie bingo heeft, graag even gaan staan.
Maar dan besluit ook het weer zich met de middag te bemoeien. Het begint te regenen. Eerst nog een beetje, daarna zo hard dat de mensen aan de zijkanten steeds verder naar binnen moeten schuiven om droog te blijven. Het geluid van de regen op de tent wordt ondertussen zo hard dat zelfs het bingogeroep nauwelijks nog te verstaan is.
Nieuwe regel dus: bij bingo graag naar voren komen.
En dan stijgt de spanning. Nog één nummer…
Jawel: bingo! Ik heb een volle kaart zelfs. Alleen blijkt er nóg iemand bingo te hebben: Patricia van de Wijgaart. Dus wordt er in goed overleg besloten de buit maar te delen. Ook weer opgelost.
We zitten gezellig aan één lange tafel en de voorstelling gaat gewoon verder. Want laten we eerlijk zijn: Plien en Bianca zijn er niets bij. De dame op het podium, regen, bingo, drankbriefjes, schuivende tafels. We waren het er unaniem over eens: we kregen absoluut waar voor ons geld.
En dan die dame die de bingonummers omriep. Streng, duidelijk en rechtvaardig. We begonnen onderweg zelfs te speculeren over welk beroep ze vroeger gehad zou kunnen hebben. Eén ding weten we wel zeker: niemand sprak de “achetachetug” zo mooi uit als zij.
Misschien volgend jaar maar op een tegeltje bij de Feestweekmerchandise? “Achetachetug!” Wij zouden hem kopen.
De vrijdagmiddagbingo staat in ieder geval alweer genoteerd voor volgend jaar. Want dit soort middagen kun je eigenlijk alleen maar in Fijnaart meemaken. En vooral de manier waarop… die is niet te evenaren.
Chapeau dames!




